DADA losse nummers
€ 11,50
€ 11,50
€ 11,50
€ 11,50
€ 11,50
€ 11,50
€ 11,50
kunsttijdschrift voor kinderen van 6 tot 106
Wie denkt dat sport en kunst niet samengaan, denkt daar misschien na dit bijzondere nummer van DADA toch anders over. Kunst en sport kunnen prima samen. Al was het alleen al om de posters die kunstenaars ontwerpen voor een van de grootste sportevenementen ter wereld. De poster die de beroemde Britse schilder Hockney maakte voor de Olympische van München is daar een mooi voorbeeld van. We gaan terug naar het begin: de Spelen in Griekenland, toen atleten nog tevreden waren met een olijftak. Natuurlijk kijken we ook naar de nieuwe Spelen, die in 1924 weer een tweede leven kregen. We bespreken sportmode en stellen je voor aan de Parijse illustrator Ugo Gattoni (1988) die tekende voor de affiches voor deze Spelen.Â
DADA is een tijdschrift voor kinderen van 6 tot 106. Over kunst en kunstgeschiedenis. Zonder advertenties. We maken DADA voor iedereen die verder kijkt dan zijn neus lang is en altijd nieuwsgierig blijft naar hoe het anders kan. Het gaat bij DADA om het plezier van het kijken en dus is iedere DADA zelf ook een plaatje.
Veel plezier met deze DADA over Kunst en Sport (en met de sportzomer)!
€ 11,50
Op voorraad
Op voorraad
kunsttijdschrift voor kinderen van 6 tot 106
In DADA Black is beautiful laten we zien hoe zwarte mensen in de kunst in de oudheid werden gezien en afgebeeld en hoe in de middeleeuwen sommige heiligen en koninginnen ineens van huidskleur veranderden. We vertellen waarom mensen met een donkere huidskleur vroeger gezien werden als een teken van rijkdom. We vertellen kort over slavernij want zwarte kunst kun je niet los zien van deze afgrijselijke geschiedenis. DADA laat zien hoe de eerste portretten van zwarte mensen verschenen aan het Franse hof en vertelt over de invloed van Afrikaanse kunst op de ontwikkeling van de moderne kunst in Europa rond 1900. We bespreken het werk van Tanner (1859 - 1973), de eerste Afro-Amerikaanse schilder die een internationale carrière opbouwde en van Jean-Michel Basquiat (1960 - 1988), een tijdgenoot van Keith Haring, die in zijn korte maar indrukwekkende loopbaan rond de duizend schilderijen maakte over uitbuiting, racisme en onderdrukking. We laten hedendaagse zwarte kunstenaars zien, zoals Jean Paul Mika (1980) uit Congo en Kiripi Katembo (1979 - 2015), ook uit Congo. Het werk op de cover is van Kehinde Wiley (1977, Amerika).  Een krachtig beeld, en een stevig symbool.Â
€ 11,50
Op voorraad
Op voorraad
kunsttijdschrift voor kinderen van 6 tot 106
Rond 1900 was Parijs het middelpunt van de kunstwereld. Daar werd dat jaar de Wereldtentoonstelling gehouden. Ook werden er veel tentoonstellingen van gevestigde kunstenaars georganiseerd in het Louvre, het Grand Palais, het Petit Palais en het Champ de Mars. Galeries, zoals die van Paul Durand-Ruel (1831-1922) en Ambroise Vollard (1866-1939), toonden werk van avant-garde kunstenaars. In Parijs gebeurde het allemaal. Daar kon je naam maken en beroemd worden. Kunstenaars van over de hele wereld verhuisden naar de Franse hoofdstad. Ze kwamen vaak terecht in buitenwijken als Montmartre en Montparnasse waar de woningen en ateliers nog betaalbaar waren. Al die kunstenaars met al die nieuwe ideeën woonden bij elkaar om de hoek, en zagen elkaar op straat, of aan het einde van de dag in het café op de hoek. Â
Het was de tijd van het post-impressionisme. De schilder Cézanne liet het perspectief los in zijn werk. Picasso zei later: ‘Wat Cézanne met de werkelijkheid heeft gedaan, was veel vooruitstrevender dan de stoommachine’. Dat is misschien wat overdreven, maar Cézanne effende zeker de weg. Kubistische kunstenaars wilden een voorwerp van verschillende kanten laten zien. Driedimensionale voorwerpen werden uit elkaar gehaald en als abstracte stukjes op een tweedimensionaal doek geschilderd. Een toeschouwer ziet het voorwerp van verschillende kanten, allemaal tegelijk. Kleur was minder belangrijker. Het palet van de kubisten bestaat uit bruin en grijs, aangevuld met zwart en wit. Ook het onderwerp was ondergeschikt. Ze schilderden vooral stillevens, maar ook wel landschappen en portretten.
De Spaanse kunstenaar Picasso was ook naar Parijs verhuisd. Hij leerde daar in 1907 Braque kennen. Picasso woonde en werkte in de Bateau-Lavoir, om de hoek van Rue d’Orsel, waar Braques zijn atelier had. Ze zagen elkaar bijna elke dag. Samen met Gris ontwikkelden Picasso en Braque het kubisme. De beginfase wordt ook wel analytisch kubisme genoemd. Later ontstond het zogenaamde synthetisch kubisme. Een terugkeer naar simpele vormen, heldere kleuren en nieuwe technieken zoals collages waarbij papier en kranten onderdeel zijn van het schilderij. Deze ontleding van de werkelijkheid was het begin van de moderne kunst.Â
De Eerste Wereldoorlog betekende het einde van het kubisme. Braque moest naar het front, waar hij in 1915 zwaar gewond raakte aan zijn hoofd. Hij onderging een zware operatie, het herstel duurde twee jaar. Ook Derain was aan het front, net als veel andere kunstenaars.
Het kubisme wordt vaak gezien als een stroming die alleen op zoek was naar de vorm, maar de vraag is of dat klopt. Op de site van het Tate in Londen staat dit citaat van Picasso:
Als een stukje krant een fles kan worden, geeft dat ons iets om over na te denken, zowel bij kranten als bij flessen. Dit verplaatste object is een universum binnengegaan waarvoor het niet gemaakt is en waar het tot op zekere hoogte zijn vreemdheid behoudt. En over deze vreemdheid wilden we mensen aan het denken zetten, omdat we ons er terdege van bewust waren dat de wereld heel vreemd en niet bepaald geruststellend aan het worden was*.
De wereld was inderdaad vreemd en zeker niet geruststellend. Na de Eerste Wereldoorlog waren er 4.935.975 doden aan Geallieerde kant, en 3.289.196 bij de Centralen. Een totaal van 8.225.171 doden. Krankzinnig en bijna niet te bevatten. Het kubisme had het voorvoeld, en aangekondigd. In dit nummer laten we zien wat het was, hoe het ontstond en ook hoe het overging in nieuwe kunststromingen.
€ 11,50
Op voorraad
Op voorraad
kunsttijdschrift voor kinderen van 6 tot 106
De eerste elektronische computer werd in Engeland gebouwd in 1943, tijdens de Tweede Wereldoorlog en gebruikt om geheime codes te ontcijferen. De eerste computer heette Colossus en was (de naam zegt het al) kolossaal groot, zeker een paar klaslokalen. Je kunt ‘m tegenwoordig nog bekijken in the National Museum of Computing, in Bletchley Park, in de buurt van Londen. Herbouwd en weer helemaal werkend!

Met de komst van de personal computer veranderde alles. De eerste Mac kwam in 1984 op de markt. Het allereerste nummer van DADA, (nummer 0, over Mondriaan) werd geschreven op een Mac die je hierboven ziet. Nu heel beige en hopeloos oud en klein, maar toen behoorlijk hip en snel hoor. We werken trouwens nog steeds op Mac maar wel op de nieuwste verie en op een (veeeeeeel) groter scherm. Al die computers, beeldschermen en snelle ontwikkelingen lieten hun sporen na. In de samenleving, in de ruimtevaart en natuurlijk ook in de kunst. Hoe? Dat lees je in ons nieuwste nummer van DADA over Pixel Art.Â
We gaan terug naar het begin en laten je de ontwikkelingen in de games zien. Van Pong, het allereerste videospel, uit 1972, tot Minecraft en De legende van Zelda, volgens kenners de beste spellenreeks die er ooit gemaakt is. Omdat de beeldschermen nog niet zo mooi en goed waren als nu, zag alles er gekarteld en gepixeld uit. Die nieuwe vreemde pixelwereld vormde voor veel kunstenaars en architecten een nieuwe inspiratiebron voor hun vormentaal. We zien het in street art, in architectuur en zelfs in de glas-in-loodramen in de beroemde Dom van Keulen in Duitsland.
En als je het eenmaal ziet, zie je het overal. We springen terug in de tijd en laten je zien hoe er ook toen al pixel art was, die toen natuurlijk nog geen pixel art genoemd werd. Een nummer met werk van Mondriaan, Roy Liechtenstein en Space Invader. Over Gerhard Richter, een 18e eeuwse matrashoes uit de Maghreb  en de Pixel Boxes van Angela Bulloch. Adam Lister, eBoy en Shawn Smith, de kunstenaar van de gorilla op de cover.
€ 11,50
Op voorraad
Op voorraad
kunsttijdschrift voor kinderen van 6 tot 106
In december 1936 opende in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York de tentoonstelling 'Fantastische kunst, dada, surrealisme'. Naast het werk van Duchamp, DalÃ, Magritte en Miró was er ook werk te zien van een kunstenaar die 400 jaar eerder werd geboren. Bezoekers van het museum kwamen voor nieuw werk van hedendaagse kunstenaars, maar stonden vertwijfeld te kijken naar vijf werken van een zekere Arcimboldo van wie ze nog nooit hadden gehoord. Stillevens, geschilderd met fruit, groenten, dieren en allerhande voorwerpen, maar die, als je ze beter bekeek, wonderbaarlijke portretten vormden. Deze zogenaamde compositieportretten behoren nu tot de beroemdste schilderijen uit de kunstgeschiedenis. Het werk van Arcimboldo (1527 - 1593) was een belangrijke inspiratiebron voor de surrealisten. Dalà noemde Arcimboldo zelfs de vader van het surrealisme. Door de nieuwe belangstelling van de surrealisten stond het werk van Arcimboldo weer opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Het is tegenwoordig weer helemaal terug en inspireert moderne en hedendaagse kunstenaars. Dat de kunst van Arcimboldo doorwerkt tot de dag van vandaag, komt ook omdat alle geheimen nog niet zijn ontrafeld. Er zijn heel veel interpretaties mogelijk en ze lopen soms ook door elkaar heen. Het werk is grappig en speels maar heeft soms ook een politieke functie. Er spreekt een grote liefde voor de natuur uit, maar ook een voorliefde voor het groteske en het monsterlijke. Door de gezichten in de compositieportretten te schilderen met bloemen en blaadjes, en fruit en groente te schilderen, laat Arcimboldo zien dat de mens, die sinds de Renaissance lang heeft geloofd dat hij in het middelpunt van de wereld staat, uiteindelijk slechts een klein onderdeel is van een groter geheel dat hem overstijgt. Als je alle planten, bloemen en dieren van de compositieportretten zou weghalen, zou er niet veel overblijven. Zo beschouwd heeft het werk van Arcimboldo ook zeker een diepere betekenis. De oude meester blijft verrassen. Gek genoeg zijn er geen Nederlandse publicaties over Arcimboldo. Gelukkig is er nu deze DADA.
€ 11,50
Op voorraad
Op voorraad
kunsttijdschrift voor kinderen van 6 tot 106
Sandro Botticelli (1445-1510) was tijdens zijn leven een van de beroemdste kunstenaars van Italië. Hij had gewerkt voor de familie De’ Medici, de paus, de hertog van Urbino en graaf van Montefeltro. Hij had schilderijen gemaakt waar tot ver buiten Florence over gesproken werd. Toen hij stierf, was hij een vergeten kunstenaar. De familie De’ Medici, de mensen die hem beroemd hadden gemaakt, raakten door politieke ontwikkelingen uit de gratie en daardoor Botticelli zelf ook. Pas drie eeuwen later werd zijn werk herontdekt. Tegenwoordig is zijn werk weer heel beroemd en behoren zijn schilderijen tot de topstukken van het Uffizi, het beroemde museum in Florence - de stad waar Botticelli zijn hele leven woonde en werkte. Daar mogen we natuurlijk nu even niet naar toe, maar op Gelukkig is er ook Art Google: een site waarop miljoenen kunstwerken uit musea wereldwijd haarscherp te bekijken zijn, gewoon thuis, achter je computer. Er staan maar liefst 62 kunstwerken van Botticelli op. En je kunt er zelfs een virtueel rondje in het Uffizi maken.
€ 11,50
Op voorraad
Op voorraad
kunsttijdschrift voor kinderen van 6 tot 106
Sandro Botticelli (1445-1510) was tijdens zijn leven een van de beroemdste kunstenaars van Italië. Hij had gewerkt voor de familie De’ Medici, de paus, de hertog van Urbino en graaf van Montefeltro. Hij had schilderijen gemaakt waar tot ver buiten Florence over gesproken werd. Toen hij stierf, was hij een vergeten kunstenaar. De familie De’ Medici, de mensen die hem beroemd hadden gemaakt, raakten door politieke ontwikkelingen uit de gratie en daardoor Botticelli zelf ook. Pas drie eeuwen later werd zijn werk herontdekt. Tegenwoordig is zijn werk weer heel beroemd en behoren zijn schilderijen tot de topstukken van het Uffizi, het beroemde museum in Florence - de stad waar Botticelli zijn hele leven woonde en werkte. Daar mogen we natuurlijk nu even niet naar toe, maar op Gelukkig is er ook Art Google: een site waarop miljoenen kunstwerken uit musea wereldwijd haarscherp te bekijken zijn, gewoon thuis, achter je computer. Er staan maar liefst 62 kunstwerken van Botticelli op. En je kunt er zelfs een virtueel rondje in het Uffizi maken.
€ 11,50
Op voorraad
Op voorraad
kunsttijdschrift voor kinderen van 6 tot 106
Het kopiëren van kunst is zo oud als de kunst zelf. Al in de oudheid maakten kunstenaars kopieën van beroemde beelden om ze te bewaren of te bestuderen. Veel van wat wij nu kennen van de Griekse beeldhouwkunst, zijn Romeinse kopieën van originelen die verloren zijn gegaan.
In de middeleeuwen en de renaissance was het kopiëren een belangrijk onderdeel van de opleiding van kunstenaars. Leerlingen in een atelier leerden hun vak door het werk van hun meester heel precies na te tekenen of na te schilderen. Zo leerden ze technieken, compositie en kleurgebruik begrijpen. Soms dienden die kopieën als studie, soms als commercieel product voor verzamelaars. Â
Pas in de 19e en 20e eeuw werd originaliteit een essentieel kenmerk van kunst. Toch bleef het kopiëren belangrijk: studenten van kunstacademies trokken naar musea om beroemde schilderijen te natekenen. Moderne kunstenaars als Picasso en Andy Warhol lieten zich inspireren door bestaande beelden en onderzochten juist de grens tussen origineel en kopie. Er zullen altijd mensen zijn die die grens overgaan. Wie eenmaal zo goed kan schilderen als beroemde kunstenaars, maar geen succes heeft met eigen werk, voelt zich misschien snel miskend. Dan wordt een kopie een vervalsing en dat is strafbaar, en terecht.
Tegenwoordig roept het kopiëren van kunst weer nieuwe vragen op, vooral door auteursrecht en de komst van AI. Maar het blijft ook een vorm van leren, eren en begrijpen. Elke kopie vertelt iets over hoe we naar kunst kijken — toen én nu.Â
€ 11,50
Op voorraad
Op voorraad
kunsttijdschrift voor kinderen van 6 tot 106
Na DADA Rood, een nummer dat vorig jaar verscheen, verkennen we in dit nummer de kleur blauw. Lange tijd onbemind, maar tegenwoordig de lievelingskleur van veel mensen. We reizen door de tijd en naar alle hoeken van de hele wereld voor kunst waarin blauw de hoofdrol speelt. Je leest in dit nummer van DADA hoe blauw gemaakt kan worden en je komt te weten waarom de kleur eeuwenlang heel kostbaar was en waarom de luchten op oude schilderijen zo vaak naar grijs neigen. We nemen je mee naar de Giotto kapel in Padua en de Iraanse stad Isfahan, naar de prachtige Moskee van de sjah. Giotto, Van Gogh, Monet, Yves Klein en Picasso gaven blauw de ruimte.
€ 11,50
Op voorraad
Op voorraad
kunsttijdschrift voor kinderen van 6 tot 106
Drie jaar nadat Frida Kahlo werd geboren, begon de Mexicaanse Revolutie die uiteindelijk de dictator DÃaz ten val zou brengen. Na de eeuwenlange koloniale overheersing en dertig jaar dictatuur was er dan eindelijk een nieuw Mexico. Een nieuwe toekomst en een nieuwe samenleving waarin alles mogelijk was. De Mexicaanse kunstenaar Frida Kahlo (1907 - 1954) geloofde er heilig in. Ze was trots op haar afkomst, politiek betrokken en actief als lid van de PCM, de Communistische Partij van Mexico. Net als haar man, Diego Rivera, een kunstenaar die beroemd werd door zijn grote muurschilderingen. In opdracht van de Mexicaanse overheid schilderde Rivera muurschilderingen over de bevolking, de tradities en de rijke geschiedenis van zijn geboorteland. Die muurschilderingen waren bedoeld voor het volk, en moesten het leven van de hardwerkende Mexicanen en dat van de inheemse Mexicaanse bevolking weerspiegelen. Frida en Diego gaven ook les op De Esmeralda, een socialistische school die toegankelijk was voor iedereen. De staat betaalde het lesmateriaal. Vooral kunstenaars gaven er les en leerlingen werden aangespooord hun eigen talent te ontwikkelen. In het nieuwe Mexico was plaats voor iedereen. Het was het enige land waar Frida wilde wonen. Toen ze voor een tentoonstelling een tijdje in Parijs verbleef, was ze niet onder de indruk van de wereldberoemde stad. Ze verbaasde zich er vooral over dat mensen zo klein behuisd waren. Een ander groot voordeel van Mexico: er was daar ook letterlijk veel meer ruimte. Ze was ook niet bepaald onder de indruk van de Verenigde Staten. Ze zag niets in de American way of life - een levensstijl waarin alles om succes draaide. Ze had een hekel aan de luxe feesten in een tijd waarin veel mensen maar met moeite het hoofd boven water konden houden. Een gedreven vrouw dus, en ook een die zelf haar boontjes wilde doppen. Ze was overtuigd van haar eigen ideeën en verwerkte die ook in haar werk. Ze stond lang in de schaduw van haar beroemde man, die overigens altijd steeds weer benadrukte dat van hen twee, vooral Frida de echte kunstenaar was. Tijdens de opening van de tentoonstelling zei hij het volgende over haar: "Ik beveel u haar aan, niet als haar man, maar als een enthousiast bewonderaar van haar werk, dat zowel scherp als teder is, dat hard is als staal en tegelijkertijd zo delicaat als een vlindervleugel, dat aanbiddelijk is als een mooie glimlach en zo wreed als de bitterheid van het leven".
Veel plezier met deze DADA over Frida Kahlo, vol met kunst met vlindervleugels.
€ 11,50
Op voorraad
Op voorraad