Over het gedicht

Wiel Kusters zei ooit dat‘poëzie de rand van onze taal is. Daarmee bedoel ik te zeggen dat dichters aanschouwelijk maken waarover we niet kunnen spreken, omdat we er gewoonweg geen woorden voor hebben.’ Dat klinkt raadselachtig maar komt erg dicht in de buurt van de betekenis van dit gedicht. Het draait om de verschillende betekenissen van het woord missen. Je kunt iemand missen en een pijl kan missen. Maar dat laatste, zo zegt het gedicht, is niet gemis. Gemis is wat je niet deed: de pijlen in je hand die je niet gebruikte. De titel bij dit gedicht heeft veel betekenis. Cupido dubitans is Latijn, een oude taal die werd gesproken door de Romeinen. Latijn was de taal van de streek Latium rond de stad Rome, de huidige hoofstad van Italië. Rond het jaar 0 bestond Italië nog niet, wel het Romeinse Rijk. Toen het Rijk steeds groter werd, werd ook het Latijn steeds meer gebruikt. Het is nu een dode taal, waarmee wordt bedoeld dat ze door geen enkele bevolkingsgroep nog wordt gesproken. Wel zijn er heel veel woorden in het Nederlands die uit het Latijn komen. Cupido dubitans betekent twijfelende cupido. Cupido  was de zoon van Venus, de godin van de liefde. Hij werd vaak afgebeeld als een jongetje met vleugels en een pijl en boog. Als Cupido een pijl op iemand afvuurde, werd diegene verliefd op de eerste die hij tegenkwam. Dat zijn natuurlijk de pijlen die Wiel Kusters noemt in zijn gedicht.

Wiel Kusters speelt hier met het verschil in werkwoord en voltooid deelwoord. Gemis en missen ligt dicht bij elkaar maar hebben een andere betekenis. Zo zijn er nog wel meer te vinden. Baren bijvoorbeeld en gebaar. Het lijkt of die woorden met elkaar te maken hebben, maar ze betekenen echt heel iets anders. Of geven en gegeven bijvoorbeeld. Kun jij nog meer voorbeelden bedenken? Maak eerst een lijstje met werkwoorden. Denk nog niet al te veel na, maak gewoon een lekker lang lijstje. Schrijf daarna achter de werkwoorden de voltooid deelwoorden. Er zal vast een treffer tussen zitten waar je een gedicht over kunt schrijven. Veel succes!

Over Wiel Kusters Hij werd geboren in 1947 in Spekholzerheide (Kerkrade). In 1965 werd zijn eerste gedicht in een tijdschrift afgedrukt. In 1974 verscheen zijn eerste gedichtenbundel ‘almachtige huur’. Sindsdien publiceerde hij een groot aantal gedichten, essays en kritieken, verhalend proza, toneelteksten en vertalingen van buitenlandse poëzie. Wiel Kusters studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Nijmegen en studeerde in 1973 af. Vanaf 1972 werkte hij als leraar Nederlands tot hij in 1978 besloot om al zijn tijd aan het schrijven te besteden. Hij publiceerde vanaf dat jaar regelmatig, werkte voor het NRC Handelsblad en De Volkskrant en werkte mee aan radioprogramma´s. In 1986 promoveerde Kusters aan de universiteit van Utrecht op een proefschrift over het werk van de bekende Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar. Daarmee begon zijn carrière op de universiteit. Hij werkte eerst aan de Vrije Universiteit van Berlijn in Duitsland maar vanaf 1989 aan de Universiteit van Maastricht. Hij is daar hoogleraar Algemene en Nederlandse Letterkunde. Zijn bundel ‘Het veterdiploma’ (1987) werd bekroond met een Vlag en Wimpel en in 1990 ontving hij de Sphinx Cultuurprijs.

Over het beeld

wie heeft het gemaakt? Iwan van ‘t Spijker
hoe heet het? het heeft geen titel
wat is het? een schilderij
hoe groot is het? 188 cm. hoog x 133 cm. breed
wanneer is het gemaakt? in 2004


Iwan van ‘t Spijker heeft dit hele schilderij gemaakt met grote kwaststreken. Hij gebruikte groen voor de heuvels, blauw voor de lucht en wit voor de wolken. Zulke wolken zul je in het echt niet meteen tegenkomen maar toch zie je meteen dat het wolken zijn. Zo zie je maar dat je niet altijd alles precies hoeft te schilderen om het er echt uit te laten zien. Met een paar grote en snelle streken van een kwast  en 3 kleuren tovert Iwan zo een lucht, wolken en een landschap te voorschijn. In het landschap schilderde hij  nog net de achterkant van een konijn. Daar zitten wel wat meer penseelstreken in. Hij had natuurlijk ook het hele konijn kunnen schilderen maar zo is het spannender. Door alleen de achterkant van het konijn te laten zien, mag je zelf de voorkant verzinnen. Die haas ziet er dus voor iedereen anders uit. Door de haas in tweeën te knippen wordt het beeld ruimtelijker. Ruimtelijk is dat je gevoel hebt dat je zo in de heuvels van het schilderij kunt wandelen en zelfs door kunt lopen achter de heuvels. Zo zie je dus meer dan wat er precies op het schilderij staat.
Pak het ook eens groot aan. Pak een groot vel papier (het liefst papier van ongeveer een meter hoog) en een paar grote kwasten. Heb je alleen kleine kwasten? Geen probleem. Je kunt ook witkwasten gebruiken, die vierkante 
kwasten waarmee je een plafond schildert. Schilder eerst de achtergrond. Denk groot. Haal diep adem. En: maak grote gebaren met je kwast. De kleur bepaalt de achtergrond. Lucht en wolken kunnen er staan in een handomdraai. Kijk maar eens goed naar de vorm van de wolken in het echt. Je ziet alleen de grote vorm, geen kleine onderdelen. Probeer zo ook je schilderij op te bouwen. Denk naar over iedere streep en stop als de lucht op een lucht lijkt. Dan is het genoeg. Als je nog meer schildert, wordt het er meestal niet beter op. Laat de lucht goed drogen. Maak daarna een landschap. Met groen maak je heuvels en bomen en met grijs of bruin kun je een hele stad schilderen. Laat dat ook weer goed drogen. Daarna kun je verder met een kleiner penseel en kun  je het landschap vullen met wat je maar wilt: mensen, auto’s, ridders, gebouwen of dieren. Schilder wat je wilt, je zult al snel zien dat het net echt lijkt.


Over Iwan van ’t Spijker Hij werd in 1976 in Den Haag geboren. Hij studeerde aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en later aan de Rijksacademie in Amsterdam. Hij schildert eenvoudige voorstellingen waarin vaak ridders en konijnen voorkomen. Hij laat open of het om een spelletje, een grapje of iets werkelijks gaat. Iwan van ‘t Spijker zei in een interview in het tijdschrift Kunstbeeld “Het zijn nooit echte ridders die ik schilder en ook nooit echt konijn. Op die manier kan ik toch mijn verhaal kwijt.”